Tegenwoordig kom je algoritmes overal tegen. Ze bepalen zoekresultaten op Google en wat je ziet op sociale media. Maar algoritmes worden ook vaak gebruikt in andere gebieden en toepassingen. Bijvoorbeeld beveiligingscamerasystemen in winkels, dubbelchecks bij een zelfscankassa en online kredietchecks.
Een algoritme is een stuk code om een probleem op te lossen en kan zelflerend zijn. De data wordt in het algoritme ingevoerd, wat leidt tot een resultaat. Het wordt kunstmatige intelligentie als die algoritmes zelfstandig beslissingen nemen op basis van data of signalen uit hun omgeving en daaruit leren. Echter, algoritmes leren op basis van wat mensen in een algoritme stoppen. “Als er bewuste of onbewuste vooroordelen in de data zitten, zal het algoritme deze gebruiken in het resultaat. Data kan vooroordelen bevatten met betrekking tot geslacht, leeftijd, etnische achtergrond of woonplaats. Neem bijvoorbeeld de selectie van sollicitanten. Het is belangrijk om te zien of de data een goede weergave is van de doelgroep. Maar ook hoe dit zich verhoudt tot de rest van de samenleving. Om vooroordelen te vermijden, moeten bedrijven hun data eerst grondig analyseren voordat ze een algoritme uitvoeren. Ze moeten de context weten waarin de data is verzameld, zodat duidelijk wordt welke tekortkomingen er mogelijk in de data zitten.”